34e zondag door het jaar

KerkjaarCyclus: C

Intredelied:
579 Uw koninkrijk komt
Antwoordpsalm:
P168 34e zondag door het jaar - Christus Koning - C
Alleluia-vers:
4i Alleluia — Geprezen de Heer
Bij de bereiding van de gaven:
825 Licht dat ons aanstoot in de morgen
Communiezang:
352 Naam van Jezus die ten dode
377 Aan uw stam, o Kruis
Slotlied:
508 Die rechtens God gelijk
Gregoriaans:
54 Kyriale VIII


Op het feest van Christus Koning kan de viering niet beter worden ingezet dan met het mooie en melodieuze lied 579: Uw koninkrijk komt. De viering staat aldus van bij de intredezang gericht op de komst van Jezus’ koninkrijk en bezingt er de inhoud van.

De eerste lezing vertelt hoe David tot koning wordt gezalfd. Jeruzalem, met zijn tempel, zal hét centrum worden van zijn koninkrijk. Vandaar de keuze van de antwoordpsalm 122, met als keervers: “Hoe blij was ik toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis” (P 168).

Het koningschap van Christus is van een heel eigen aard. Het is geen koningschap naar aardse normen. Hij werd koning aan het kruis. Het evangelie verhaalt over het opschrift dat men aanbracht bovenop het kruis: “Dit is de koning der joden”. Het zal dus niet verwonderen dat wij voor de communiezang bij voorkeur teruggrijpen naar gezangen uit de Goede Week en uit de liturgie van Goede Vrijdag: Naam van Jezus die ten dode op het hout geschreven zijt (352). Het directe verband met het evangelieverhaal ligt voor de hand. Een andere keuze kan lied 377 zijn: Aan uw stam, o Kruis. Of nog: 508 Die rechtens God gelijk komt van de Vader voort, de Koning van zijn Rijk, Gods beeld en scheppend woord.